Taal en Rekenen

Om de prestaties van kinderen op het gebied van taal en rekenen te verbeteren, heeft de overheid richtlijnen – ‘referentieniveaus’ geheten – bepaald m.b.t. het gewenste taal- en rekenniveau in elke fase van de schoolcarrière. Deze richtlijnen vormen samen het ‘Referentiekader voor Taal en Rekenen’ (zie ook rijksoverheid.nl of taalenrekenen.nl).

  • Rekenen

Bij rekenen werken de leerlingen aan getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, en verbanden. Voor het havo- of vwo-diploma is referentieniveau 3F vereist op het landelijk rekenexamen. Om dit examen voor te bereiden gebruiken wij het online programma ‘Got it Rekenen’, dat voor een groot deel thuis wordt gebruikt. Voor leerlingen die meer moeite hebben met rekenen zijn er begeleidingslessen.

  • Taal

Bij taal werken de leerlingen aan mondelinge taalvaardigheid (luisteren en spreken), leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en begrippenlijst, en taalverzorging. Voor het havo-diploma is referentieniveau 3F vereist, en voor het vwo-diploma referentieniveau 4F. Hier wordt geen apart taalexamen voor afgenomen; in plaats daarvan wordt het niveau getoetst in het centraal eindexamen voor het vak Nederlands. Om leerlingen daarop voor te bereiden gebruiken wij het online programma ‘Got it Taal’, dat voor een groot deel thuis wordt gebruikt. Voor leerlingen die meer moeite hebben met taal zijn er remedial lessen.

Aangezien leerlingen voor een groot deel thuis aan ‘Got it’ werken, kunnen ouders hen helpen door afspraken te maken over wanneer en hoe dit gedaan wordt, of door samen het programma te bekijken. ‘Got it’ is adaptief, zodat iedere leerling op het juiste niveau kan werken en de juiste hoeveelheid en soort oefeningen krijgt. In de Magister ELO staat per leerjaar aangegeven wat de bijbehorende rapporteisen zijn.